Zone 30 is logisch aan schoolpoorten, in smalle woonstraten en waar fietsers, voetgangers en auto's dezelfde ruimte delen. Daar moet verkeersveiligheid primeren en moet je streng kunnen handhaven. Maar een brede, overzichtelijke weg met afgescheiden fietspaden is iets anders. Een bord 30 verandert die fysieke realiteit niet.

De weg moet de regel ondersteunen

Sommigen zullen dat wegzetten als buikgevoel, maar dat is het niet. Onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam onderzochten in 2024 bij 462 automobilisten hoe de inrichting van een weg hun snelheidskeuze beïnvloedt. De deelnemers kregen beelden van verschillende wegen soms slechts 200 à 300 milliseconden te zien. Zelfs die korte blik bleek al voldoende om een inschatting te maken van de snelheid die bij de weg past. Wegkenmerken zoals asfalt, wegmarkeringen en fietsinfrastructuur beïnvloedden die snelheidskeuze.

Dat sluit aan bij het verkeerskundige principe van zogenaamde ‘self-explaining roads’: een weg moet door zijn inrichting zelf duidelijk maken welk gedrag wordt verwacht. Wie wil dat mensen 30 rijden, moet er dus ook voor zorgen dat een weg 30 uitstraalt.

Geen wildgroei aan zones 30

Net daarom moeten we opletten voor een wildgroei aan zones 30 én fietsstraten. Beide zijn uitstekende verkeersveiligheidsinstrumenten op de juiste plaats. Maar als we ze zonder onderscheid toepassen op totaal verschillende verkeerssituaties, dreigen we hun geloofwaardigheid te ondergraven. Zeker wanneer een onnatuurlijk aanvoelende snelheidslimiet vervolgens wordt gecombineerd met camera's of trajectcontroles, ontstaat al snel het gevoel van een boetefuik. De bestuurder blijft uiteraard verantwoordelijk voor het naleven van de limiet. Maar ook de overheid heeft de verantwoordelijkheid om logische en geloofwaardige regels te maken.

Het opvallende Vias-cijfer moet ons daarom niet alleen doen vragen waarom zoveel automobilisten te snel rijden. We moeten ons ook durven afvragen waarom de naleving zo laag is. Zone 30 waar 30 logisch is. Fietsstraten waar de verkeerssituatie erom vraagt. Daar consequent handhaven. Maar geen wildgroei aan borden zonder dat de weg zelf hetzelfde verhaal vertelt.

Wie een weg aanlegt die 70 schreeuwt en er vervolgens een bord 30 en een camera naast zet, organiseert frustratie in plaats van verkeersveiligheid. Verkeersveiligheid bereik je niet met zoveel mogelijk borden. Wel door wegen zo in te richten dat veilig gedrag ook vanzelfsprekend gedrag wordt.