Lessen uit 3M en Eternit

Vandaag rust de saneringsplicht in principe op de onderneming die de vervuiling veroorzaakte. In de praktijk blijkt dat echter niet altijd voldoende. Zeker wanneer een Belgische dochtervennootschap onvoldoende financiële middelen heeft, dreigt de overheid of de belastingbetaler uiteindelijk voor de kosten op te draaien.

Om dat te voorkomen, wil Vlaanderen de aansprakelijkheid uitbreiden. De Vlaamse Regering zal voortaan een moedervennootschap als mede-saneringsplichtige kunnen aanduiden bij grootschalige en ernstige bodemverontreiniging, wanneer er duidelijke aanwijzingen zijn dat de dochteronderneming onvoldoende financiële draagkracht heeft.

Naast de uitbreiding van de saneringsplicht krijgt ook OVAM bijkomende bevoegdheden. De afvalstoffenmaatschappij zal, indien nodig, via een uitvoerbaar dwangbevel een onderneming kunnen verplichten een financiële zekerheid te stellen. Ook instrumenten zoals beslag, een wettelijk voorrecht en een hypotheek worden daarbij mogelijk.

Duidelijke juridische grond

De nieuwe regeling bouwt voort op de aanpak die Vlaanderen eerder toepaste in het 3M-dossier. Daar werd niet alleen het Belgische dochterbedrijf aangesproken, maar ook de Amerikaanse moederholding.  Ook in het dossier rond asbestproducent Eternit werd moederholding Etex mee aansprakelijk gesteld via een ingebrekestelling.

Op die manier wil de Vlaamse Regering voorkomen dat een internationaal moederbedrijf gewoon de Belgische tak failliet laat verklaren, om zo de financiële verplichtingen te ontlopen.

Volgens Pieters versterkt de decretale verankering het principe dat de vervuiler moet betalen. “Met de juridische verankering van de werkwijze in de 3M- en Eternitdossiers maken we duidelijk dat Vlaanderen voortaan in elk dossier tot het uiterste wil gaan om vervuilers verantwoordelijk te stellen en de belastingbetaler te beschermen”, besluit Pieters.