
Vlaams Parlementslid

Nederlands ministerie wijst bezwaar tegen erkenning ‘dagverse’ Limburgse vlaai af
De hersteloperatie voor de Europese erkenning van de Limburgse vlaai als streekproduct komt in een eindfase. Het Nederlandse ministerie van Landbouw Visserij, Voedselzekerheid en Natuur heeft zopas een bezwaar van een fabrieksbakker tegen het productdossier afgewezen, meldt de Nederlandse pers. Die maakte bezwaar tegen de regels waaraan Limburgse vlaai moet voldoen en wou de term ‘dagvers’ oprekken naar zes dagen. De fabrieksbakker kan nog in beroep gaan tot 19 september 2025. “Er komt eindelijk licht aan het eind van de tunnel voor de erkenning van de Limburgse vlaai als streekproduct”, reageert Vlaams parlementslid Andy Pieters (N-VA).
De benaming ‘Limburgse vlaai’ is sinds 9 januari 2024 ingeschreven in het EU-register als een beschermde geografische aanduiding (BGA). Het betreft een grensoverschrijdend dossier waarbij zowel Vlaanderen als Nederland, de twee Limburgen dus, betrokken zijn. In Vlaanderen is de aanvraag destijds ingediend door het Koninklijk Provinciaal Verbond der Brood- en Banketbakkers, Suikerbakkers en IJsbereiders van Limburg vzw. De Nederlandse zusterorganisatie deed hetzelfde bij de Nederlandse overheid.
Het productdossier van de BGA ‘Limburgse vlaai’ bevat onder andere specificaties over de afmetingen en gewichten van de vlaaien met diverse vullingen, zoals kersen en abrikozen en dergelijke. Eind vorig jaar bleek echter dat er een fout zat in het productdossier, waardoor er amper erkenningen konden volgen die voldeden aan de producteisen. Een nieuwe procedure herbegon in zowel Vlaanderen als Nederland. Voor een grensoverschrijdend dossier bepaalt de Europese wetgeving dat alle betrokken landen hun interne procedures uitvoeren, waarna het laatste land de desbetreffende wijzigingsaanvraag naar de Europese Commissie stuurt. De wijzigingen worden pas van kracht na goedkeuring door het laatste land.
De Vlaamse administratie heeft ter ondersteuning van de aanvragers de afgesproken wijzigingen in het dossier aangebracht en het aanvraagformulier, met alle details van de wijzigingen, ingevuld. In het najaar van 2024 heeft de Nederlandse administratie echter meegedeeld dat in Nederland een lange procedure met een publicatie en een bezwaartermijn is voorzien.
In die procedure dook een bezwaar op van een fabrieksbakker. Volgens de fabrieksbakker is de dagvers-regel oneerlijk en gezien de benodigde distributie van grootschalige bakkerijen aan supermarkten nauwelijks haalbaar. Zodoende zou sprake zijn van afscherming van de markt door (kleinere) bakkerijen die hun Limburgse vlaaien directer kunnen verkopen. De Nederlandse en Belgische bakkers achter het initiatief om de Limburgse vlaai als streekproduct erkend te krijgen, dienden een verweerschrift in bij het ministerie.
Vlaams parlementslid Andy Pieters (N-VA) vroeg enkele wekend geleden aan bevoegd Vlaams minister Jo Brouns om het zekere voor het onzekere te nemen en contact op te nemen met zijn Nederlandse evenknie: “De erkenning van de Limburgse vlaai als streekproduct is belangrijk voor de bakkers in Limburg en is het sterkste kwaliteitslabel voor ons streekproduct. Maar nog meer staat ze symbool voor onze cultuur, traditie en onze Limburgse gastvrijheid. Het is zaak ervoor te zorgen dat het nieuwe productdossier positief afgerond wordt”. Brouns kondigde aan in nauw overleg te staan met zijn Nederlandse collega.
Het uiteindelijke oordeel van de minister van Landbouw Visserij, Voedselzekerheid en Natuur luidde na de hoorzitting: "Ik verklaar uw bezwaar ongegrond, mijn besluit van 12 maart 2025 blijft gehandhaafd." De fabrieksbakker kan hiertegen nog in beroep gaan tot 19 september 2025.
